Mop op Maandag

‘Hoe lang rijdt u al zonder achterlicht?’ vroeg de politieagente aan een vrachtwagenchauffeur.
De chauffeur sprong uit zijn auto en barstte in tranen uit.
Hij was zo ontdaan dat de agente hem probeerde te troosten.
‘Ach kom nou’, zei ze, ‘zo erg is het nou ook weer niet:
‘Oh, nee?’ riep de chauffeur, ‘Wat is er dan met mijn aanhangwagen gebeurd!’Haast

************************************************************************************************************************************

De maffia was op zoek naar iemand om de wekelijkse incasso’s te doen bij bedrijven die ze "beschermden".
Omdat de politie ze (te) dicht op de hielen zat, werd er besloten om een dove voor dit werk te zoeken. Want, zo werd er geredeneerd, dan kon hij als hij werd gearresteerd niet met de politie communiceren wat hij aan het doen was.
Tijdens zijn eerste week incasseert de nieuwe ophaler meer dan $50000. Hij wordt echter inhalig en besluit om het geld te houden en op een veilige plaats te verbergen.
De maffia realiseert zich al snel dat het geld te laat is en stuurt enkele maffiosi achter de dove ophaler aan. Ze vinden hem en vragen hem waar het geld gebleven is.
De dove kan niet met hen communiceren dus slepen de maffiosi hem naar een tolk die gebarentaal kan.
De tolk gebaart: "Waar is het geld?"
De dove antwoordt: "Ik weet niet waar je het over hebt."
De tolk zegt tegen de maffiosi: "Hij zegt dat hij niet weet waar jullie het over hebben."
Een maffioso pakt zijn pistool en doet dat in het oor van de dove ophaler. "Vraag hem nu maar eens waar het geld is."
De tolk gebaart: "Waar is het geld?"
De dove man antwoordt: "De $50.000 heb ik verstopt in het park.
Als je het park binnenkomt onder de 5e boom aan de rechter kant van het wandelpad."
De tolk zegt tegen de maffioso: "Hij zegt dat ie nog steeds niet weet waar je het over hebt en dat je de trekker toch niet durft over te halen."

*******************************************************************************************************************************************

Er loopt een olifant door de P.C. Hooftstraat in Amsterdam. Opeens blijft hij voor een juwelierszaak staan. Met zijn poot drukt hij de ruit in, zuigt met zijn slurf de hele etalage leeg en trekt een sprintje. Meteen gaat het alarm af. Binnen korte tijd is de politie er. De straat wordt afgezet. Een agent vraagt of er getuigen waren. "Ja," zegt een oud vrouwtje, "ik heb het gezien." "Hebt u de dader gezien?" vraagt de agent. "Ja," zegt de vrouw, "het was een olifant." "Mooi zo," zegt de agent: "Als we hem met u confronteren, zou u hem dan herkennen?" "Nee," zegt de vrouw. "Nee?" vraagt de agent: "Waarom niet?" Zegt de vrouw: "Hij had een nylonkous over z’n kop."Parkeren