Een vader begint tegen zijn zoon over Sinterklaas. Waarop zijn zoon antwoordt: “Ach, schei toch uit met je Sinterklaas. Ik heb alles gevonden in de kelder, het kostuum, de baard en die staf. Ik geloof allang niet meer in Sinterklaas. En,” zegt hij, “nou we toch kerels onder elkaar zijn, met die ooievaar kan je ook wel inpakken.”
Antwoordt zijn vader: “O ja, weet je dan hoe het wel gaat?”
“Ja,” zegt hij, “kinderen worden geboren en ik zal net zo lang zoeken tot ik die boor ook gevonden heb.”

                                              

Elke dag als een Belg over de grens moet, komt hij dezelfde douanier tegen en die blijft hem steeds maar aanhouden voor een controle. De douanier zegt altijd tegen die Belg: “Je krijgt de groeten van Klaas.”
Vraagt die Belg: “Welke Klaas?”
Zegt de douanier: “Sinterklaas.”
En dat gaat zo een paar dagen door maar die Belg denkt: “Morgen ga ik hem terugpakken.” De volgende dag zegt die Belg tegen de douanier: “Je krijgt de groeten van Gerrit.”
Zegt die douanier: “Ja, dat wist ik al.”
Vraagt die Belg: “Van wie wist je dat?”
Zegt de douanier: “Van Klaas.”
Belg: “Welke Klaas?”
Zegt de douanier: “SINTERKLAAS!”

                                                 
In een winkelcentrum in Schiedam vraagt Sinterklaas aan een meisje hoe ze heet en krijgt alleen een boze blik. Sinterklaas herhaalt de vraag. Tenslotte antwoordt het meisje verontwaardigd: “Dat heb ik je vanmorgen in Rotterdam verteld en nu ben je het alweer vergeten!”
                                        
                                              

Een agent staat met zijn paard voor het stoplicht te wachten. Naast hem staat een klein jongetje op zijn fietsje. De agent kijkt naar beneden en zegt: “Mooi fietsje heb je daar, zeker van Sinterklaas gekregen?”
“Ja, meneer” zegt het ventje.
“Wil je dan de volgende keer aan Sinterklaas vragen of hij er een achterlicht op zet?”
Het jongentje kijkt naar het paard van de agent en zegt: “Mooi paard hoor, zeker van Sinterklaas gekregen?”
“Ja, mannetje,” zegt de agent.
Het ventje kijkt naar boven en zegt: “Wil je dan volgend jaar aan Sinterklaas vragen of hij de lul eronder hangt en niet er bovenop zet?”