Goed zien is voor veel mensen heel normaal. Dankzij onze ogen kunnen wij van alles waarnemen en doen. Van autorijden en televisie kijken tot het lezen van de krant. Maar wat zijn de verschillende onderdelen van een oog, die ervoor zorgen dat wij kunnen zien? Waaruit bestaat een oog?

De anatomie van het oog.



Hoornvlies (Cornea)
Dit is het doorzichtige deel van de buitenkant van het oog. Het is als het ware het raam waardoor het licht in het oog komt.

Regenboogvlies (Iris)
De fraai gekleurde iris zorgt er voor dat er niet te veel licht het oog binnen komt. De iris bepaalt ook de kleur van het oog. Blauwe of bruine ogen zijn dus blauwe of bruine irissen.

Pupil
Het ronde donkere gat in het midden van de iris. De pupilopening bepaalt de hoeveelheid licht die ons oog binnenkomt, net als het diafragma van een camera.

Lens
De ooglens is normaal gesproken helder en zorgt ervoor dat de beelden scherp op het netvlies worden geprojecteerd.

Lenskapsel
De ooglens bevindt zich in het lenskapsel.
Accommodatiespier (Ciliare spier)
Deze spier zorgt voor verandering van de vorm van de lens: van plat voor het in de verte zien tot bol voor het dichtbij zien. Deze lensverandering wordt accommodatie genoemd.

Lensbandjes (Zonula vezels)
De lensbandjes verbinden de lens met de accommodatiespier en zorgen ervoor dat de lens op zijn plaats blijft zitten.

Glasachtig lichaam
Een heldere geleiachtige massa die het middelste deel van het oog opvult.

Harde oogrok (Sclera)
De witte harde oogrok geeft het oog vorm en stevigheid.

Netvlies (Retina)
De retina is het lichtgevoelige weefsel dat de achterzijde van het oog aan de binnenkant bekleedt. Het netvlies vangt het licht op en zet het licht om in signalen die via de oogzenuw naar de hersenen worden gestuurd.

Gele vlek (Macula lutea)
De gele vlek is het gebied van het netvlies waar het meeste licht op valt, het brandpunt als het ware. Door het zeer grote aantal kleurgevoelige cellen (kegeltjes) in de gele vlek kunnen wij details duidelijk waarnemen.

Oogzenuw
De oogzenuw geeft signalen vanuit het netvlies door aan de hersenen.