Deze week:

Een marsmannetje landt met zijn schip tegenover een benzinestation. Hij stapt uit en loopt de weg over. Als hij bij een benzinepomp staat, zegt hij: “Breng mij bij uw opperhoofd”. De benzinepomp zegt niets terug. Het marsmannetje herhaalt zijn vraag, alleen iets harder. “Breng mij bij uw opperhoofd!!”. Nog steeds reageert de pomp niet. Het marsmannetje wordt nu boos. Hij schreeuwt nu: “BRENG MIJ BIJ UW OPPERHOOFD!!!!!!!”. Nog steeds reageert de benzinepomp niet, waarop het marsmannetje roept: “Wanneer je je vingers uit je oren haalt, kun je me beter verstaan”.

Een marsmannetje loopt een café binnen en roept: “Doe mij een biertje, en geef de hele zaak een rondje!” Na een tijdje, weer hetzelfde: “Doe mij een biertje, en als ik drink, drinken we allemaal!” Het marsmannetje is meteen populair, en tegen het eind van de avond heeft ie al heel wat rondjes gegeven. Als het tegen sluitingstijd loopt zegt de kastelein: “Zeg vriend, je hebt nu al voor 400 euro aan rondjes gegeven! Kun je dat allemaal wel betalen?” Zegt het marsmannetje: “Jazeker! Heb je terug van 100 gnork?”

Peter en Sven kijken op een mooie zomernacht naar de maan.
Peter vraagt: “Weet jij hoeveel mensen er op de maan wonen?”
“Vast wel een miljoen “, antwoordt Sven.
“Wat zal het dan bij halve maan een gedrang zijn.

Op een avond wordt er bij Duncan en Sharon, een modern echtpaar, aangebeld en tot hun verbazing staat er een marsmannetje en marsvrouwtje voor de deur.
“Hallo” zegt het marsmannetje “wij zijn verdwaald en zoeken een slaapplaats”.
Na enig overleg besluiten Duncan en Sharon dat het buitenaardse stel bij hun mag overnachten.
“Bij ons is het de gewoonte” zegt het marsmannetje, “dat wij ruilen van partner, als wij bij iemand logeren”.
Duncan lijkt het wel wat, want het marsvrouwtje ziet er oogverblindend uit. Sharon vindt het eerst niet zo’n goed idee, maar besluit dan toch mee te doen.
De volgende morgen vraagt Duncan aan Sharon:
“En, hoe was het?”
“Fantastisch!” zegt Sharon, “als ik zijn oren naar voren draaide kwam zijn piemel precies op de goede lengte en als ik zijn oren naar achteren draaide precies op de juiste dikte. En hoe was het bij jou?”
“Waardeloos”, zegt Duncan, “ze zat de hele nacht aan mijn oren te draaien!”