tennis

Deze week als weekthema:

 
 
 

Terwijl op een ochtend in het park, een jogger een gloednieuwe tennisbal had gevonden, en niemand in de buurt zag, stak hij deze in de zak van zijn broek. Later, op weg naar huis, stopte hij op een zebrapad, wachtend tot de lichten zouden veranderen. Een meisje die naast hem stond kon het niet helpen en vroeg naar de oorsprong van de grote bult. “Wat is dat?” vroeg ze, wijzend op zijn korte broek. “Tennis bal,” kwam het ademloos antwoord. “Mijn god” zei het meisje sympathiek … , dat moet heel pijnlijk zijn. . . . Ik had ooit eens een tennisarm !

Een pastoor en een non spelen een partijtje tennis. De non speelt uitstekend, maar de pastoor mept er nogal een naast en elke keer als hij de bal mist roept hij: Verdomme! Mis!
Op een gegeven moment het de non te veel en ze verzoekt hem dringend de rest van het spel niet meer te vloeken. Beschaamd belooft de pastoor beterschap: God mag mij straffen en mij met zijn bliksem veranderen in een hoopje as als ik het nog een keer doe!
Het spel gaat verder totdat de pastoor andermaal zijn geduld verliest en vloekt: Verdomme! Mis! Ogenblikkelijk betrekt de hemel, donderwolken pakken zich samen en de bliksem flitst omlaag. De non wordt getroffen en verandert in een hoopje as.
Plots klinkt een dreunende stem uit de hemel: Verdomme! Mis!
De directeur moet van zijn huisarts aan sport doen en hij neemt tennislessen.
Na een paar weken vraagt zijn secretaresse hoe het gaat. “Tja,” zegt de directeur, “dat is zoiets merkwaardigs: als ik op de achterlijn sta en er suist een bal over het net, dan instrueren mijn hersenen razendsnel mijn lichaam:
Naar de hoek! Backhand! Nu snel naar het net! Smashen! Weer terug!”
 “En dan? Wat gebeurt er dan?” vraagt het meisje gespannen.
“Dan,” zegt de directeur tegen zijn secretaresse; “Dan zegt mijn lichaam: Wie? Ik? Praat toch geen onzin!”