school

 

Een bekende en veel gekopieerd gedicht is het gedicht “Taal der talen” van de schrijver Charivarius. Vandaag ook te lezen op deze blog: De nederlandse taal en haar grilligheden in de spelling…..

De taal der talen

Het meervoud van slot is sloten
Maar toch is het meervoud van pot, geen poten
Evenzo zegt men; een vat twee vaten
Maar zal men niet zeggen: een kat twee katen

Wie gisteren ging vliegen, zegt heden ik vloog.
Dus zeggen ze misschien ook van wiegen ik woog.
Neen mis! want ik woog is afkomstig van wegen.
Maar is nu ik “voog”, een vervoeging van vegen.

En van het woord zoeken vervoegt men ik zocht
En dus hoort bij vloeken, misschien wel ik vlocht
Alweer mis! want dit is afkomstig van vlechten
Maar ik hocht is geen juiste vervoeging van hechten

Bij roepen hoort riep, bij snoepen geen sniep
Bij lopen hoort liep, maar bij slopen geen sliep
Want dit is afkomstig van het schone woord slapen
Maar zeg nu weer niet, ik riep bij het woord rapen.

Want dat komt van roepen, en u ziet terstond
Zo draaien wij vrolijk in een kringetje rond
Van raden komt ried, maar van baden geen bied
Dat komt van bieden, (ik hoop dat u ’t ziet)
Ook komt hiervan bood, maar van wieden geen wood.

U ziet de verwarring is akelig groot
Nog talloos veel voorbeelden kan ik u geven
Want gaf hoort bij geven, maar laf niet bij leven
Men spreekt van wij drinken, wij hebben gedronken
Maar niet van wij hinken, wij hebben gehonken

Het volgende geval, dat is bijna te bont
Bij slaan hoort, ik sloeg, niet ik sling of ik slond
Bij staan niet ik stong ik sting maar ik stond
Bij gaan hoort ik ging, en niet ik goeg of ik gond

Een mannetjeskat, noemt men meestal een kater
Hoe noemt men een mannetjesrat, soms een rater
zo heeft het NEDERLANDS verschillende kwalen
Nietemin is en blijft het, DE TAAL DER TALEN.

schrijver
 Charivarius