oerwoud

 


Een ontdekkingsreiziger in donker Afrika ontmoet midden in het oerwoud een man die op een grote trommel slaat. ”Wat is er aan de hand?”, vraagt hij.
”We hebben geen water.”
”Is dit dan een regendans?”’
”Nee, ik roep de loodgieter op.”

Een leeuw werd wakker op een morgen voelde zich heel gemeen en stoer.
Hij begon een wandeling door de jungle, en dreef een klein aapje in het nauw en brulde: “Wie is de machtigste van alle dieren in de jungle?”
Het bevende aapje zei: “Dat ben jij, machtige leeuw.”
Iets later confronteerde hij een buffel, en gromde gemeen: “Wie is de machtigste van alle dieren in de jungle?”
De bibberende buffel stamelde: “Oh, grote leeuw, jij bent de machtigste van alle dieren.”
De leeuw loopt nu over van zelfvertrouwen, stapt op een olifant af, en brult: “Wie is de machtigste van alle dieren in de jungle?”
Nog voor de leeuw het goed en wel beseft, neemt de olifant hem vast met zijn slurf, slaat hem een tiental keer keihard tegen een boom, gooit hem op de grond, stampt nog een paar keer op de leeuw en loopt rustig verder.
De leeuw kermt van de pijn, tilt zachtjes zijn kop op, en zegt tegen de olifant: “Je hoeft je niet zo kwaad te maken, gewoon omdat je het antwoord niet weet!”


In het Afrikaanse oerwoud wandelt een kannibalen moeder met haar kind. Opeens klinkt er een oorverdovende knal en verderop stort een vliegtuig neer. “Mammie, wat is dat?”, vraagt het kleine kannibaaltje geschrokken. “Niks bijzonders, hoor. Er stortte een vliegtuig neer.” “Wat is dat een vliegtuig?” “O, dat is net zoiets als een kreeft. De schaal is dik en hard, maar het binnenste smaakt verrukkelijk!”