school


Het merendeel van de mensheid heeft leren lezen…. En daar zijn speciale lesmethodes voor. Een van de meest bekende in Nederland is het leesplankje.


Het Leesplankje van Hoogeveen, met de woorden aap, noot, mies enzovoorts, is een houten plankje van Nederlandse origine met daarop afbeeldingen en daaronder de bijbehorende woorden. Het is in Nederland het bekendste voorbeeld van een leesplankje. Dit leesplankje werd bedacht in 1897 door de hoofdonderwijzer M.B. Hoogeveen uit Stiens (1863-1941).
Uitgangspunt achter het leesplankje van Hoogeveen was dat scholieren leerden woorden te ontleden in klanken, maar ook leerden dat door het samenvoegen van klanken woorden konden worden gemaakt.
De uitgeverij J.B. Wolters de rechten en verzocht aan Jan Ligthart en Rieks Scheepstra een nieuwe serie leesboekjes te schrijven met een nieuw leesplankje. Ligthart bedacht de geschiedenis en Scheepstra schreef de boekjes. Boekjes en plankje werden toen door Cornelis Jetses voorzien van nieuwe afbeeldingen.

U kent vast wel de verhalen van Ot en Sien, Pim en Mien en Buurkinderen.


In 1905 verscheen er ook een versie speciaal voor katholieke scholen: aap, roos, zeef, muur, voet, neus, lam, gijs, riem, muis, ei, juk, jet, wip, does, hok, bok, kous. Het werd uitgegeven door het rooms-katholiek Jongensweeshuis in Tilburg en was samengesteld door frater Euthymius Becker.

Het “Indische leesplankje” bestond uit: jaap, gijs, dien, zus, boe, oom, waf, vuur, rook, tol, zeil, de neus, het huis, een schip.

Zelf heb ik leren lezen met dit leesplankje; gemaakt van plastic met aan de zijkant opbergruimte voor de losse letters om de woorden mee te vormen.

Een jongere generatie kreeg een nieuwere variant voor de neus: namelijk Boom-Roos-vis:
Maar er zijn ook plaatselijke en streekvarianten:
Hellemonds lesplenkske
Zeeuws leesplankje
straottaol leesplank
 

Advertenties