pasen

Geluidsopname uit het KRO-programma CURSIEF, 1973,
met Gregor Frenkel Frank en Netty Rosenfeld.
Altijd leuk om te horen wat die duitsers hier met pasen gedaan hebben om te recreëren
 
Advertenties

 

Vandaag dus Duitstalige liedjes…

Duitstalige liedjes waar ikzelf herinneringen aan heb of gewoon omdat ik ze leuk vind! 

 

Roy Black – schön ist es auf der welt zu sein

 

Gitte Haenning – Ich will ‘nen Cowboy als Mann


Drafi Deutscher – Marmor, Stein und Eisen

Matthias Reim – Verdammt ich lieb dich


Marlene Dietrich – Sag mir, wo die Blumen sind


 

Vandaag even géén wist je datjes over Duitsland en Duitsers…..
Dat bewaren we voor een andere week die we aan Duitsland gaan besteden, want het is een mooi land, met best wel vriendelijke mensen.
Daarom even geen vooroordelen  over Duitsers, al dan niet alleen op sportief gebied (voetbal), of over de bierbuiken, braadworsten, kuiltjes in het zand op het strand, de Schlagermuziek (bijv. Jan Smit en Frans Bauer), kortom de duitse dingen en gewoonten.
We beginnen de maand april zoals we deze zullen afsluiten….. Koningklijk!! HOEZO??  We zingen allemaal in ons volkslied:
…..BEN IK VAN DUITSCHEN BLOED…..
En hoe Nederlands zijn de koningklijke vertergenwoordiger van ons land? Bij deze een stamboom om u te laten zien hoe Nederlands?Duits we eigenlijk zijn :
Voor een uitgebreide stamboom (hier)
Daarom lieve mensen, even geen vooroordelen over Duitsers….. Wij zijn van Duitse bloed!
  

De Boerin gaat een jeugdzonde opbiechten vandaag. Het betreft een opdracht voor een les Duits op de MAVO.
Onze leraar, Herr Von Gelder (meneer Van Gelderen dus), had ons als opdracht gegeven om een gedicht in het Duits te maken. Nu kon, en kan ik nog steeds, aardig een gedichtje maken. Maar in het Duits was toch heel andere koek. De naamvallen was (en ben ik nog steeds) niet geheel machtig. Ik had dan ook hulp ingeroepen van mijn jongste tante, die heel redelijk Duits sprak.  En zo kwam ik met het volgende gedicht:
Der Wiesel
Ein Wiesel

Sass auf einem Kiesel

Inmitten Bachgeriesel.

Wißt ihr, weshalb?

Das Mondkalb

Verriet es mir im stillen:

Das raffinier –

– te Tier

tats um des Reimes Willen.

Mijn tante had het ergens opgeduikelt, en het is eigelijk gemaakt  door Christian Morgenstern (1871-1914) ,  en heet dus eigelijk “Das Ästhetische Wiesel”.

Gelukkig voor mij, en wat mij eigelijk verbaasde, wist meneer Van Gelderen dus niet dat ik plagiaat hed gepleegd, en ik werd beloond met een royaal cijfer! (en een plaatsje in de schoolkrant!)
Een paar andere leerlingen waren wat minder fortuinlijk…….

Een stuk of drie medeklasgenoten, die geen zin hadden om de dichten of om de opdracht uit te voeren kwamen naar mij toe voor een gedicht. Nu waren het niet de meest sympathieke klasgenoten……. (en die komen dan naarn iemand toe die een kneus is in de Duitse taal voor een gedicht) Ik dacht: “Ik zal jullie krijgen!!”

Ik bedoel….. Je vraagt een kip niet om te zwemmen of een kikker om te vliegen….  Ik ben niet goed in Duits, ik moet zelf al naar noodmatregelen grijpen, waarom vragen ze mij nou om een gedicht.  Ze willen een gedicht ik zal ze een gedicht geven. In het boek ‘Een zomerzotheid’ van Cissy van Marxveld staan drie coupletten van ‘de Loreley’…….Drie personen…..drie coupletten….Tja…..

En zo geschiedde: Drie medeklasgenoten leverden drie gedichten in, die ze volgens mij niet eens gelezen hadden, want dan hadden  ze kunnen weten dat ze bij elkaar hoorden, en ze werden beoordeeld. 

Nooit, nooit zal ik het gezicht van Leraar van Gelderen vergeten….. De Loreley van Heinrich Heine, één van de bekendste dichtwerken uit het Duits, helemaal om zeep geholpen door drie leerlingen (herstel…. door de jonge boerin zonder naam).

Voor straf moesten ze overnieuw een gedicht maken…… in een tussenuur, onder zijn toezicht!

En oooooo, wat had ik een lol! Geen vermaak als leedvermaak!

Bij deze het gedicht van: Die Loreley.

Die Loreley is een figuur uit de Duitse literatuur die, onder andere, is vereeuwigd in een gedicht van Heinrich Heine. De nimf die met haar gezang schippers afleidt van de gevaarlijke stroomversnellingen bij de gelijknamige rots.

Die  Loreley 
Ich weiß nicht, was soll es bedeuten
Daß ich so traurig bin,
Ein Märchen aus uralten Zeiten,
Das kommt mir nicht aus dem Sinn.
Die Luft ist kühl und es dunkelt,
Und ruhig fließt der Rhein;

Der Gipfel des Berges funkelt,
Im Abendsonnenschein.
Die schönste Jungfrau sitzet
Dort oben wunderbar,
Ihr gold’nes Geschmeide blitzet,
Sie kämmt ihr goldenes Haar,
Sie kämmt es mit goldenem Kamme,
Und singt ein Lied dabei;
Das hat eine wundersame,
Gewalt’ge Melodei.
Den Schiffer im kleinen Schiffe,
Ergreift es mit wildem Weh;
Er schaut nicht die Felsenriffe,
Er schaut nur hinauf in die Höh’.
Ich glaube, die Wellen verschlingen
Am Ende Schiffer und Kahn,
Und das hat mit ihrem Singen,
Die Loreley getan.