Tour de France

Ook de Tour de France blijkt een veel bezongen sport-evenement!

*****

Dries Roelvink – De Tour De France

Zazí – Tour de France

Eddy Christiani – Tour de France

Kraftwerk – “Tour de France”

\

Guus Smeets – Robbie Ruijgh (Tourlied)

 

Tour De France Song

Advertenties

Tour de France


De Tour de France is ontstaan uit concurrentie, tussen twee Franse  fietstijdschriften in 1903, om lezers te werven.
In 1903 was het fietstijdschrift Le Vélo marktleider en had concurrent L’Auto-Vélo grote moeite om bij te benen. Tijdens een lunch in een restaurant in Parijs bespraken hoofdredacteur Henri Desgrange van L’Auto’ en journalist Géo Lefèvre, zijn jonge medewerker,  die tevens de Tourdirecteur van de eerste editie was, het idee om een fietsronde te organiseren die langer zou duren dan de bestaande toernooien. Géo Lefevre werd geïnspireerd door de individuele poging in 1895 van wielrenner Jean Marie Corre. Corre introduceerde in 1895 een fiets van aluminium en testte deze in zijn eentje over alle bekende parcoursen in Frankrijk, Desgrange vond het een goed idee, want het zou een gelegenheid zijn om te adverteren voor L’Auto.

De eerste Tour de France

Op 19 januari 1903 kondigde L’Auto de eerste editie van de Tour de France aan. De fietstocht begon in Parijs en voerde de wielrenners langs Lyon, Marseille, Toulouse, Bordeaux en Nantes, om hierna weer terug te keren in Parijs.
Op 1 juli 1903 werden er 60 renners dan in gang geschoten voor de eerste Tour. Deze bestond uit 6 ritten. In totaal reden de deelnemers een ongekende 2.428 kilometer. Na elk onderdeel van de tocht kregen de wielrenners 2 tot 4 dagen rust. De Tour de France was gelijk een groot succes en de verkoopcijfers van L’Auto namen sterk toe. Hoofdredacteur Henri Desgrange ging de geschiedenis in als ‘vader van de Tour’.

Tour de France

We hebben de leukste en meest gebruikte woorden op een rijtje gezet: 

Aan het elastiek hangen: Een renner aan het elastiek, kan telkens met moeite aan de groep blijven hangen. Tot het elastiek breekt!!?

Bolletjestrui: De renner die het bergklassement in de Tour aan voert, draagt de bergtrui. Een witte met rode stippen.

De bus: Dit is een grote groep renners, die zich samen voegen in bergetappes en zo samen proberen op tijd binnen te komen.

Deur dichtdoen: Bij een einsprint van lijn wisselen, om zo de concurrent de vrije ruimte te ontnemen en hem niet te laten passeren.

Een gat laten vallen: Ruimte laten tussen jou en je voorganger. Dit kan zijn omdat je kapot bent, maar ook uit tactische overwegingen, zodat jouw ploegmaat in de aanval kan gaan.

Een jasje uitdoen: Behoorlijk diep zijn gegaan. Het heeft je krachten gekost, dit gebeurd vaak voor de finale.

Een koffiemolentje draaien: Een kleine versnelling fietsen.

Een kwak geven: Opzettelijk iemand in onbalans brengen, door iets uit te wijken of een schouderduw geven. Gebeurd meestal in de sprint of tijdens de voorbereiding hiervan.

Een waaier: Het principe van de trekvogels; de voorste houdt de rest uit de wind. De hoeveelheid die uit de wind kunnen rijden, wordt bepaald door de windrichting en de breedte van de weg. Renners die niet meer uit de wind kunnen rijden op de weg, komen op de kant te rijden.

En danseuse: Staand fietsen, uit het zadel omhoog rijden.

En bloc: Een renner die en bloc rijdt, geeft alles wat hij in zich heeft

Er een snok aan geven: Extra hard gaan rijden.

Erop en er over op en d’r over: iemand die een andere groep in haalt en er meteen voorbij gaat, gaat er op en er over.

Geparkeerd staan: Renner staat zowat stil op een beklimming. Dit is duidelijk te zien als een andere renner hem voorbij vliegt.

Grote molen: Renner fiets met een enorm zware versnelling.

Grinta: Moraal of gretigheid in de wedstrijd.

Harken: Niet soepel meer fietsen. Het ziet er ‘vierkant’ uit. Vaak teken van vermoeidheid.

Hongerklop: plotselinge uitputting door tekort aan koolhydraten.

Iemands karretje in de poep rijden: Je weet dat tacktiek van iemand anders en zorgt ervoor dat hij deze niet meer kan uitvoeren.

Iemand laten zwemmen: Iemand kansloos laten rijden. De renner rijdt zichzelf kapot om voor een groep te blijven rijden of krijgt een gat naar een volgende groep niet dicht.

In een zetel: Je positie is tacktisch gezien zeer gunstig. Je hoeft bijvoorbeeld niet op kop te rijden, omdat er een ploegmaat in de groep achter je zit.

Lead-out: Sprint voorbereiden door één of meerdere renners, die dit voor hun sprinter uitvoeren.

Linkeballen: Renner doet alsof hij vermoeid is of weigert niet meer op kop te komen.

Lossen: Renner moet een groep of andere renner laten gaan. Kan het tempo niet aan.

De man met de hamer tegenkomen: Ineens zit je er doorheen. Je krijgt onverwachts een klap van vermoeidheid.

Meesterknecht: Een knecht die veel goed werk voor zijn kopman verricht. Vaak kan hij tot lang in de finale zijn kopman nog helpen.

Mongolenwaaier: Een groep met geloste renners, die niet meer terug willen komen of vermoeid zijn.

Nieuwe wielrennen: Na diverse dopingaffaires, moet er minder doping in het peloton zijn. Hierdoor wordt er op een andere manier gekoerst. Het is minder voorspelbaar, je ziet renners ook echt kapot gaan.

Op kop boren: Renner die flink door aan het rijden is op kop.

Pap in de benen: Slecht gevoel in de benen, je benen voelen slap aan.

Pédaleur de charme: Vroeger werd de Zwitserse renner Hugo Koblet le pedaleur de charme genoemd, vanwege zijn mooi stijl en hij altijd een haarkam bij zich had. In Nederland staat baanwielrenner Peter Schep bekend onder de bijnaam le pédaleur de charme.

Plakker: Een plakker, plakt zich aan het wiel van iemand vast en wil geen kopwerk doen, om uiteindelijk te profiteren van andermans werk.

Surplacen: Veel voorkomend op de baan tijdens het onderdeel sprint. Renners gaan stilstaan omdat ze beide niet op kop willen rijden of de sprint vanaf de kop aan willen gaan. De meest ongeduldige renners verliest dit vaak en komt op kop te zitten. Vaak spannend als er een achtervolgende groep aan zit te komen.

Vals plat: Je ziet niet dat het echt omhoog gaat, maar je voelt het wel. Vandaar de valsheid.

Vierkant draaien: De renner is houterig aan het fietsen. Niet soepel, vaak een teken van vermoeidheid.

Virtueel aan de leiding rijden: Een renner die tijdens een etappe een voorsprong heeft dat hij aan de leiding staat in het algemeen klassement. Dit wordt gezegd op het moment dat de renner nog niet gefinisht is.

Wapper: Te weinig gegeten; hongerklop!

Wegkletsen: Ontsnappen, een aanval plaatsen.

Ze staan stil: Er zit niet veel snelheid meer in de groep.

tour de france

 

De Tour de France begon dit jaar weer eens in Nederland. Maar dit was niet de eerste keer. In totaal was dit de zesde keer en daarmee zijn we het land waar na Frankrijk het vaakst de Tour startte. De andere steden waren:
Amsterdam – 1954
Scheveningen – 1973
Leiden – 1975
Den Bosch – 1996
Rotterdam – 2010
Utrecht – 2015
En daar is voor vandaag muziek bij gezocht:

**********

Maggie Macneal – Amsterdam  

Louis Davids-Weekend in Scheveningen

Jochem Myjer – Lalala Leiden

 

Mike Vincent  – Ik hou van Den Bosch   

 

Hermes House Band – Rotterdam de mooiste rotstad

Rijk De Gooyer  – Als ik boven op de Dom kom 

 

De Tour de France

De Tour de France heeft ons land verlaten en daarmee zijn ook de bekendste professionele wielrenners uit ons land verdwenen. Blijven de fietsclubs van amateur-racefietsers over. Die bij het passeren van andere fietsers het liefst ‘aan de kant’, ‘pas op’, ‘opzij’ of andere onvriendelijkheden toeroepen.


Waarom geen fietsbel?
Waarom ze niet gewoon lang van tevoren bellen met een fietsbel, als ze willen passeren met een snelheid van 30 of meer? Omdat bijna alle wielrenners geen fietsbel op hun racefiets hebben! Waarom ze zo’n bel niet hebben? In een recente uitzending van het Tv-programma Tour du Jour werd dat aan deze toerfietsers gevraagd. Er kwam geen enkel zinnig antwoord.

Boete
Heel merkwaardig dus, dat wielrenners zo’n fietsbel ontberen. Temeer, omdat een fietsbel gewoon wettelijk verplicht is. Voor alle fietsen, dus ook voor racefietsen. Zonder fietsbel kan men zelfs een boete verwachten van 35 euro.

Alsnog een fietsbel
Dus hierbij ons pleidooi, dat alle toerfietsers/wielrenners alsnog snel een fietsbel aanschaffen. Handig én aardig!

tour de france


Als je op televisie naar wielerwedstrijden kijkt, hoor je dat wielrenners en wielerverslaggevers gebruik maken van een bijzondere taal: de typische wielertaal of “wielerjargon”. Tijdens een live reportage van een rit in de Tour de France hoor je soms erg beeldrijke, tot de verbeelding sprekende uitdrukkingen en gezegden. In de loop van de geschiedenis heeft het wielerpeloton een unieke woordenschat ontwikkeld, die niet alleen beïnvloed is door Nederlandse zegswijzen en uitdrukkingen, maar ook door Vlaamse, Franse en Italiaanse termen. Die kleurrijke wielertaal heeft dikwijls te maken met winnen en verliezen, snelheid en traagheid, en met inspanningen en inzinkingen. Wat is bijvoorbeeld een “pannenkoek” en wanneer is een renner een “strijkijzer”? En wanneer heeft een renner “grinta”? Proximus zette er voor een t.v.-reclame een aantal op een rijtje….. Kijk en begrijp:

De Tour


Eigenlijk was ik het niet van plan om te doen, maar ach…. De Tour is begonnen en bovendien gestart hier in Nederland…. Toch nog maar weer eens een weekje Tour de France; er is genoeg over te vinden!

Twee wielrenners, dik onder de drogerende middelen, zijn aan het fietsen. Zegt de ene wielrenner tegen de andere: “Wist je al dat er een bobbel in je fiets zat?”
 Zegt de andere: “Ja dat weet ik, want mijn fiets is zwanger. Zullen we even ergens gaan zitten en wachten tot er een klein fietsje wordt geboren?” “Ja, dat is goed” zegt de eerste wielrenner. Even later zijn ze op een bankje gaan zitten en zitten maar te wachten. Dan komt er een derde wielrenner voorbij en vraagt wat ze aan het doen zijn. Nou zegt de tweede wielrenner: “We zijn aan het wachten tot de kleine fiets geboren wordt.” Dan begint de derde wielrenner erg hard te lachen en zegt; ”Dat kan toch helemaal niet, dit is een herenfiets!”

\

Johan zit op een zomerdag samen met zijn vriendin voor de tv.
Al zappend langs de kanalen zien ze de voor ons zo bekende “mooie plaatjes” van de Tour de France.
“Weet jij waarom de koeien tijdens het wielrennen altijd met de renners meelopen”? vraagt Johan aan zijn vriendin.
“Geen idee”, antwoord ze verveeld.
“Ze kennen elkaar van bij de veearts”.


Een wielrenner gaat samen met vrouw naar de therapeut…
Ze zijn 23 jaar getrouwd.
De sleur en de ‘mot’ zitten erin en ze gaan te langen leste naar een relatietherapeut…….
Als de therapeut vraagt wat het probleem is, steekt de vrouw een tirade af: ze somt alle mogelijke problemen en ergernissen op die zich in al die jaren huwelijk hebben opgestapeld. En ze ratelt maar door en door… !!
Plots staat de therapeut op, zonder iets te zeggen……..
Hij loopt om zijn bureau heen, rukt de dame de kleren van het lijf, slaat zijn armen om haar heen en bedrijft passioneel de liefde met haar !
De vrouw – haar mond eindelijk gesnoerd – ligt nadien stilletjes nahijgend in een volledig bevredigde roes op het bureau.
De therapeut draait zich dan naar de man en zegt : ‘Dát is wat uw vrouw nodig heeft, minstens 3 keer per week… !!’
De man denkt even na, krabt zich achter z’n oor en antwoordt :
“Tja…’s maandag’s en ’s woensdags kan ik haar wel brengen, … maar op dinsdag, donderdag en vrijdag moet ik gaan fietsen…! ”