slakken

 

Ik wil niet meteen op alle slakken zout gaan leggen……
(want dat is zielig!)
 
Advertenties

baby’s

 

10 van de domste dingen die een man kan zeggen tijdens een bevalling:

(En er zijn mannen die dit echt doen…)

1. “Hoelang duurt het nog?”

Vaak gaat dit gepaard met een diepe zucht. Ja, mannen. Bevallen duurt lang, soms zelfs meer dan 48 uur! Maar als je je verveelt, willen we best met je ruilen hoor!

2. “Ssst, niet zo gillen. Iedereen kan meegenieten!”

Al staat de koningin met haar gehele entourage en complete cameraploeg voor de deur. Het interesseert ons niets! Daarnaast; ooit het gevoel gehad dat er een watermeloen met grof geweld, door je achterste naar buiten wordt gedrukt???
We mogen gillen! Geloof me.

3. (Tijdens de persweeën) “Ik kan zeker wel even naar het toilet?”

Een heel gemakkelijk antwoord: Nee, dat kan niet! Of je moet het risico willen lopen dat deze grote boodschap, op hetzelfde tijdstip plaatsvindt, als de geboorte van je kind.

4. “Gaat het schat?”

Ik ben doodmoe, heb overal pijn, zestien uur weeën achter de rug en heb het gevoel alsof er een gloeiendhete pook, doordrenkt met zoutzuur door mijn vrouwelijkheid naar binnen wordt geslagen. Maar verder het gaat prima schat! Echt waar.

5. “ Wat ziet het daar er vreselijk uit. Komt dat nog wel goed?” (Met een verbaasde blik op je gehavende flamoes gericht)

Ja, meestal trekt dit wel weer bij. Maar serieus? Is dat het eerste waar je aan moet denken als je vrouw net bevallen is? ‘Is het ‘jouw’ verwoeste ‘speelparadijs?’

6. (Het hoofdje staat en er komt een volle bos met haar tevoorschijn.) “Zo, die heeft zwart haar. Weet je zeker dat dit kind van mij is schat?”

In mannenland is dit natuurlijk een super gevat grapje en misschien, heel misschien, kunnen we hier later smakelijk om lachen. Maar nu niet!
(Let op: verwijder na het maken van deze opmerking, ALLE objecten die kunnen dienen als moordwapen.)

7. (Na een nacht weeën) “Schat ik ga even liggen. Het duurt al de hele nacht. Ik ben kapot en moet nodig bijkomen.”

Pardon? Kapot, liggen, bijkomen? Natuurlijk schat! Weet je wat? Ik haal zo even een lekker kussentje voor je! Don’t mind me!

8.  “Kan de televisie aan? Studio sport begint zo.”

Ja, er zijn mannen die dit vragen. En het vrouwtje haar gepaste reactie? “Een schoen door jullie nieuwe flat-screen.” Ja, ik denk, ik waarschuw alvast.

9. “Je kan het toch wel zonder pijnstilling schatje?”

Kan jij dat? Als ik je nu een trap in je mannelijkheid geef? O, wacht even! Ik was vergeten dat je er dan door de pijn niet meer om kan vragen. Mijn fout.

10. (Tegen de gynaecoloog, tijdens het hechten). “Kan er niet een steekje bij?”

Ja, het is een bekende grap, maar nee. Dit is niet grappig.
Niet voor, tijdens en al zeker niet na de bevalling. We horen nu graag dingen zoals; Je heb het super gedaan schat, ik ben trots op je en liever helemaal niets over het slagveld daar beneden. Of je moet willen dat de vrouwelijke gynaecoloog plotseling uitschiet met haar hechtnaald?

school

….En als je dan les krijgt in schrijven…….
…en mooie volzinnen met woordjes mag gaan maken, bijvoorbeeld met een pen, die van plastic is…

Of enkele alenea’s of verbeterde alinia’s uit het taalboek bewerken….
 
 
Tja dan hebt je misschien wel bijles nodig:
 
 
Anders maak je in de werkzame leven misschien te veel spelfouten en moet je terug naar school…..(of desgewenst naar shcool)
 
 
 

school


Het merendeel van de mensheid heeft leren lezen…. En daar zijn speciale lesmethodes voor. Een van de meest bekende in Nederland is het leesplankje.


Het Leesplankje van Hoogeveen, met de woorden aap, noot, mies enzovoorts, is een houten plankje van Nederlandse origine met daarop afbeeldingen en daaronder de bijbehorende woorden. Het is in Nederland het bekendste voorbeeld van een leesplankje. Dit leesplankje werd bedacht in 1897 door de hoofdonderwijzer M.B. Hoogeveen uit Stiens (1863-1941).
Uitgangspunt achter het leesplankje van Hoogeveen was dat scholieren leerden woorden te ontleden in klanken, maar ook leerden dat door het samenvoegen van klanken woorden konden worden gemaakt.
De uitgeverij J.B. Wolters de rechten en verzocht aan Jan Ligthart en Rieks Scheepstra een nieuwe serie leesboekjes te schrijven met een nieuw leesplankje. Ligthart bedacht de geschiedenis en Scheepstra schreef de boekjes. Boekjes en plankje werden toen door Cornelis Jetses voorzien van nieuwe afbeeldingen.

U kent vast wel de verhalen van Ot en Sien, Pim en Mien en Buurkinderen.


In 1905 verscheen er ook een versie speciaal voor katholieke scholen: aap, roos, zeef, muur, voet, neus, lam, gijs, riem, muis, ei, juk, jet, wip, does, hok, bok, kous. Het werd uitgegeven door het rooms-katholiek Jongensweeshuis in Tilburg en was samengesteld door frater Euthymius Becker.

Het “Indische leesplankje” bestond uit: jaap, gijs, dien, zus, boe, oom, waf, vuur, rook, tol, zeil, de neus, het huis, een schip.

Zelf heb ik leren lezen met dit leesplankje; gemaakt van plastic met aan de zijkant opbergruimte voor de losse letters om de woorden mee te vormen.

Een jongere generatie kreeg een nieuwere variant voor de neus: namelijk Boom-Roos-vis:
Maar er zijn ook plaatselijke en streekvarianten:
Hellemonds lesplenkske
Zeeuws leesplankje
straottaol leesplank
 

school


Het Nederlandse alfabet heeft officieel 26 letters en is afgeleid van het Latijnse alfabet.


Het alfabet is een verzameling symbolen om equivalenten van klanken in de gesproken taal schriftelijk weer te geven.
Voor de Nederlandse spelling word gebruik gemaakt van het Latijnse Alfabet. In de loop van de eeuwen werden er letters aan toegevoegd, zoals de Y en de Z en later  in de middeleeuwen kwamen de J en U erbij.

Het alfabet is makkelijk om te leren schrijven, maar op een schrijfmachine of toetsenbord maken we gebruik van het QWERTY-alfabet

Bij de eerste schrijfmachines (die in Engeland werden ontwikkeld) stonden de letters in alfabetische volgorde. Dat bleek al snel onhandig, want de ene letter wordt veel vaker gebruikt dan de andere. Om te zorgen dat de mechanieken niet vastliepen, veranderde de volgorde van de letters eind negentiende eeuw in de QWERTY-reeks die we nu kennen. Overigens staan de letters in een aantal andere talen (zoals Duits en Frans) in een andere volgorde. Ook in Vlaanderen trouwens: daar hebben ze meestal AZERTY-toetsenborden om zo Franstalige woorden beter te kunnen typen.
De spatiebalk is de meest gebruikte toets. Daarna volgt de letter E.
En de jeugd van tegenwoordig gebruikt :

Tour de France


De Tour de France is ontstaan uit concurrentie, tussen twee Franse  fietstijdschriften in 1903, om lezers te werven.
In 1903 was het fietstijdschrift Le Vélo marktleider en had concurrent L’Auto-Vélo grote moeite om bij te benen. Tijdens een lunch in een restaurant in Parijs bespraken hoofdredacteur Henri Desgrange van L’Auto’ en journalist Géo Lefèvre, zijn jonge medewerker,  die tevens de Tourdirecteur van de eerste editie was, het idee om een fietsronde te organiseren die langer zou duren dan de bestaande toernooien. Géo Lefevre werd geïnspireerd door de individuele poging in 1895 van wielrenner Jean Marie Corre. Corre introduceerde in 1895 een fiets van aluminium en testte deze in zijn eentje over alle bekende parcoursen in Frankrijk, Desgrange vond het een goed idee, want het zou een gelegenheid zijn om te adverteren voor L’Auto.

De eerste Tour de France

Op 19 januari 1903 kondigde L’Auto de eerste editie van de Tour de France aan. De fietstocht begon in Parijs en voerde de wielrenners langs Lyon, Marseille, Toulouse, Bordeaux en Nantes, om hierna weer terug te keren in Parijs.
Op 1 juli 1903 werden er 60 renners dan in gang geschoten voor de eerste Tour. Deze bestond uit 6 ritten. In totaal reden de deelnemers een ongekende 2.428 kilometer. Na elk onderdeel van de tocht kregen de wielrenners 2 tot 4 dagen rust. De Tour de France was gelijk een groot succes en de verkoopcijfers van L’Auto namen sterk toe. Hoofdredacteur Henri Desgrange ging de geschiedenis in als ‘vader van de Tour’.

Tour de France

We hebben de leukste en meest gebruikte woorden op een rijtje gezet: 

Aan het elastiek hangen: Een renner aan het elastiek, kan telkens met moeite aan de groep blijven hangen. Tot het elastiek breekt!!?

Bolletjestrui: De renner die het bergklassement in de Tour aan voert, draagt de bergtrui. Een witte met rode stippen.

De bus: Dit is een grote groep renners, die zich samen voegen in bergetappes en zo samen proberen op tijd binnen te komen.

Deur dichtdoen: Bij een einsprint van lijn wisselen, om zo de concurrent de vrije ruimte te ontnemen en hem niet te laten passeren.

Een gat laten vallen: Ruimte laten tussen jou en je voorganger. Dit kan zijn omdat je kapot bent, maar ook uit tactische overwegingen, zodat jouw ploegmaat in de aanval kan gaan.

Een jasje uitdoen: Behoorlijk diep zijn gegaan. Het heeft je krachten gekost, dit gebeurd vaak voor de finale.

Een koffiemolentje draaien: Een kleine versnelling fietsen.

Een kwak geven: Opzettelijk iemand in onbalans brengen, door iets uit te wijken of een schouderduw geven. Gebeurd meestal in de sprint of tijdens de voorbereiding hiervan.

Een waaier: Het principe van de trekvogels; de voorste houdt de rest uit de wind. De hoeveelheid die uit de wind kunnen rijden, wordt bepaald door de windrichting en de breedte van de weg. Renners die niet meer uit de wind kunnen rijden op de weg, komen op de kant te rijden.

En danseuse: Staand fietsen, uit het zadel omhoog rijden.

En bloc: Een renner die en bloc rijdt, geeft alles wat hij in zich heeft

Er een snok aan geven: Extra hard gaan rijden.

Erop en er over op en d’r over: iemand die een andere groep in haalt en er meteen voorbij gaat, gaat er op en er over.

Geparkeerd staan: Renner staat zowat stil op een beklimming. Dit is duidelijk te zien als een andere renner hem voorbij vliegt.

Grote molen: Renner fiets met een enorm zware versnelling.

Grinta: Moraal of gretigheid in de wedstrijd.

Harken: Niet soepel meer fietsen. Het ziet er ‘vierkant’ uit. Vaak teken van vermoeidheid.

Hongerklop: plotselinge uitputting door tekort aan koolhydraten.

Iemands karretje in de poep rijden: Je weet dat tacktiek van iemand anders en zorgt ervoor dat hij deze niet meer kan uitvoeren.

Iemand laten zwemmen: Iemand kansloos laten rijden. De renner rijdt zichzelf kapot om voor een groep te blijven rijden of krijgt een gat naar een volgende groep niet dicht.

In een zetel: Je positie is tacktisch gezien zeer gunstig. Je hoeft bijvoorbeeld niet op kop te rijden, omdat er een ploegmaat in de groep achter je zit.

Lead-out: Sprint voorbereiden door één of meerdere renners, die dit voor hun sprinter uitvoeren.

Linkeballen: Renner doet alsof hij vermoeid is of weigert niet meer op kop te komen.

Lossen: Renner moet een groep of andere renner laten gaan. Kan het tempo niet aan.

De man met de hamer tegenkomen: Ineens zit je er doorheen. Je krijgt onverwachts een klap van vermoeidheid.

Meesterknecht: Een knecht die veel goed werk voor zijn kopman verricht. Vaak kan hij tot lang in de finale zijn kopman nog helpen.

Mongolenwaaier: Een groep met geloste renners, die niet meer terug willen komen of vermoeid zijn.

Nieuwe wielrennen: Na diverse dopingaffaires, moet er minder doping in het peloton zijn. Hierdoor wordt er op een andere manier gekoerst. Het is minder voorspelbaar, je ziet renners ook echt kapot gaan.

Op kop boren: Renner die flink door aan het rijden is op kop.

Pap in de benen: Slecht gevoel in de benen, je benen voelen slap aan.

Pédaleur de charme: Vroeger werd de Zwitserse renner Hugo Koblet le pedaleur de charme genoemd, vanwege zijn mooi stijl en hij altijd een haarkam bij zich had. In Nederland staat baanwielrenner Peter Schep bekend onder de bijnaam le pédaleur de charme.

Plakker: Een plakker, plakt zich aan het wiel van iemand vast en wil geen kopwerk doen, om uiteindelijk te profiteren van andermans werk.

Surplacen: Veel voorkomend op de baan tijdens het onderdeel sprint. Renners gaan stilstaan omdat ze beide niet op kop willen rijden of de sprint vanaf de kop aan willen gaan. De meest ongeduldige renners verliest dit vaak en komt op kop te zitten. Vaak spannend als er een achtervolgende groep aan zit te komen.

Vals plat: Je ziet niet dat het echt omhoog gaat, maar je voelt het wel. Vandaar de valsheid.

Vierkant draaien: De renner is houterig aan het fietsen. Niet soepel, vaak een teken van vermoeidheid.

Virtueel aan de leiding rijden: Een renner die tijdens een etappe een voorsprong heeft dat hij aan de leiding staat in het algemeen klassement. Dit wordt gezegd op het moment dat de renner nog niet gefinisht is.

Wapper: Te weinig gegeten; hongerklop!

Wegkletsen: Ontsnappen, een aanval plaatsen.

Ze staan stil: Er zit niet veel snelheid meer in de groep.

efteling

Vandaag een filmpje over de nieuwste attractie van de
 

Vanaf 1 juli zijn bezoekers van de Efteling welkom in de nieuwe, overdekte familie-attractie Symbolica. Ter ere van het 65-jarig jubileum heeft het wonderlijke paleis, waarin niets is wat het lijkt, een ereplek in het park gekregen.

Het wordt de grootste en duurste attractie in de geschiedenis van de Efteling. Iedereen is uitgenodigd om op audiëntie te gaan bij de koning. Tovernar Pardoes zorgt ervoor dat een bezoek verrassend en betoverend zal zijn. Bezoekers worden meegevoerd door geheime gangen en koninklijke vertrekken, waarbij ze van de ene verbazing in de andere vallen.

Efteling 65

 

Efteling viert 65ste verjaardag met nieuwe museumtentoonstelling en opening nieuw vakantiepark


Op 31 mei 2017 bestond de Efteling precies 65 jaar. Deze verjaardag vierde het attractiepark door in het Efteling Museum in het hart van het park een nieuwe expositie te openen. De tentoonstelling omvat onder meer ontwerpen van sprookjes en attracties door de jaren heen. En op de ‘Tovertafel vol geschiedenis’ gaan bezoekers middels een interactieve plattegrond op zoek naar achtergronden en informatie over de rijke geschiedenis van de Wereld van de Efteling.

Geschiedenis
Wat ooit begon met een door Anton Pieck en Peter Reijnders bedacht Sprookjesbos met tien sprookjes, is 65 jaar later uitgegroeid tot de Wereld van de Efteling met 4,76 miljoen bezoekers per jaar. Een wonderlijke plek waar de aandacht voor natuur, de liefde voor sprookjes én de Brabantse gastvrijheid al 65 jaar hand in hand gaan. De sprookjes in het Sprookjesbos behoren nog steeds tot de iconen van de Efteling. Maar met het toevoegen van de jubileumattractie ‘Symbolica: Paleis der Fantasie’ blijft de Efteling haar bezoekers verwonderen en iconen toevoegen.

Een en ander hebben we getracht samen te vatten in een video van het RTL-nieuws:
 

Zuid-Afrika

Voor taal-liefhebbers,een  vrolijke variatie van 10 spreekwoorden en gezegden uit het ‘Afrikaans’ en de betekenis daarvan, zowel op een filmpje, met Engelse ondersteuning als vertaald naar Nederlands:

En hier de uitdrukkingen nogmaals met Nederlandse vertaling:

**
 Hang aan ń tak
betekenis: Even wachten/Ogenblikje
**
 Jakkals trou met wolf se vrou
betekenis: Als het regent en de zon schijnt tergelijkertijd
** 
Moenie die hoender ruk nie
betekenis: Je moet het niet overdrijven
**
Twee rye spore loop
betekenis: Dronken zijn
 **
 ń Klap van die windmeul weg hê
betekenis: Die is niet goe bij z’n hoofd
 **
ń Hond uit ń bos gesels
betekenis: Een goed gesprek gehad hebben
 **
Jy krap met ń kort stokkie aan ń groot leeu se bal
betekenis: Je dwingt het geluk af
 **
ń Aap in die mou hê
betekenis: Snode plannen verborgen houden
 ** 
Die berge het ń muis gebaar
betekenis: Een hoop moeite voor niets doen
**
Jy kan hom met ń blaas-ertjies die skrik op die lyf jag
betekenis: Je kunt die persoon makelijk laten schrikken
**