weer

Vandaag wéér liedjes over de regen

B.J.Thomas – Raindrops keep fallin’ on my head

Rob de Nijs – Ritme van de regen

John Paul Young – Standing In The Rain

Supertramp – It’s Raining Again

The Ramblers – Weet je nog wel die avond in de regen

Guns N’ Roses – November Rain

Advertenties

weer

 Vandaag maar weer een wist je dat weetje…….

Hoe ontstaat regen?

Voor het leven op aarde is water heel belangrijk. Driekwart van het  aardoppervlak is met water bedekt. En dat water zit in een voortdurende  kringloop: het gaat van zee naar land, en van land naar zee. Binnen die  kringloop spelen regen, wolken en wind een belangrijke rol. De zon verwarmt het  aardoppervlak. Opgewarmd water verdampt, en de waterdamp stijgt op. Als lucht warm is, zet het uit en kan het véél waterdamp bevatten. Maar als het opstijgt  en afkoelt, kan de lucht weer veel minder waterdamp hebben. Een deel van de damp  verandert dan in waterdruppeltjes, en er ontstaat een wolk.

Deze overgang van  damp naar water heet ‘condenseren’, en dat gebeurt het eerst op vaste  oppervlakken. Dus ook op de stof- en roetdeeltjes in de lucht. Op die deeltjes  vormen zich minuscule waterdruppels, die zó klein zijn en licht dat ze zweven,  en wolken vormen. Maar soms botsen die druppeltjes en worden samen één grote  druppel. Als ze té groot en zwaar worden om te kunnen zweven, vallen ze naar  beneden als regen.

Als het koud is, kan water ook als sneeuw naar beneden komen.  Sneeuw bestaat uit kleine ijskristallen. Soms valt er een mengsel van sneeuw en  regen: natte sneeuw.

Een andere vorm van neerslag is hagel. Hagel ontstaat  als er sterk stijgende luchtstromen zijn. Regendruppels worden dan in de wolk  omhoog geblazen en bevriezen door de koude lucht. De druppels worden  hagelstenen. De zware hagelstenen vallen dan naar beneden. Maar de kleine en  lichte worden nóg een keer omhoog geblazen. Hagelstenen kunnen wel honderden  keren omhoog geblazen worden. En iedere keer krijgen ze een extra laagje ijs en  worden iets zwaarder. Als ze zwaar genoeg zijn, vallen ze op aarde, bij een  hagelbui.

Neerslag in een gebergte

De windkant van een gebergte heet de loefzijde. Aan de loefzijde wordt de lucht omhooggestuwd. Deze koelt af en brengt regen. Regen die ontstaat door stijgende lucht tegen een gebergte noem je stuwingsregen.

Aan de andere kant ligt de lijzijde. De lijzijde is dus de kant die uit de wind ligt. De lucht daalt daar en wordt warmer. Aan die kant valt weinig of geen neerslag. Je kunt ook zeggen dat het gebied achter de bergen in de regenschaduw ligt.

Natte tropen, droge woestijnen

Bij de evenaar stijgt de lucht door opwarming op. De zon staat er loodrecht aan de hemel. Door de warmte stijgt de lucht en koelt af. Daardoor regent het veel in de streken rond de evenaar. Dat zijn stijgingsregens.

Op Wereldschaal zijn gebieden met stijgingsregens goed te herkennen. Er valt per jaar meer dan 2000 mm. Daar vindt dus ook het altijd vochtige tropisch regenwoudklimaat.

De lucht blijft niet stijgen. Op grote hoogte stroomt de lucht in noordelijke en zuidelijke richting weg. In gebieden tussen de 20 NB en 40 ZB daalt hij. Dalende lucht wordt warmer, waardoor het droog wordt. Het regent bijna nooit. Zelfs zo weinig dat er woestijnen zijn ontstaan.

Koufront en warmtefront

In West-Europa kan het weer nat en winderig zijn. Dat heeft te maken met lagedrukgebieden. Ook wel depressies, die zich van west naar oost verplaatsen. Zo`n depressie ontstaat boven de oceaan in het grensgebied tussen de verschillende luchtsoorten. Dat zijn grote hoeveelheden lucht uit de tropen of koude lucht uit de poolstreken. Zo`n botsingplek van warme en koude lucht heet een front. Een front kan zich honderden kilometers ver uitstrekken.

Bij het passeren van een koufront stroomt relatief koude lucht binnen. De zwaardere koude lucht dringt onder lichtere warme lucht. Het dwingt de warme lucht tot stijgen. Stijgende lucht koelt af en brengt regen. Dat zijn frontale regens.

Bij het passeren van een warmte front stroomt relatief warme lucht binnen. De warme lucht schuift over de koude lucht heen. Waardoor er, net zoals bij het passeren van een koufront, frontale regens ontstaan. Meestal regent het langdurig, maar minder hard dan bij het passeren van een koufront.

weer

Hoe was het weer 24 jaar geleden? Nou, luister maar:
Het weer met Jan Pelleboer,voor 19 november 1989, op TROS-radio

Weer

Deze week als thema een weerpraatje en dan met name: REGEN

Mijn vrouw zegt dat ik alleen maar over sex praat, dag en nacht…  Gisteren zei ze kun je het niet eens over wat anders hebben, bijvoorbeeld het weer. Zeg ik: Ok, wanneer doen we het weer?
 


Een man en een vrouw komen samen uit de bioscoop. Het regent pijpenstelen en de vrouw voelt er niets voor om door de regen naar huis te gaan. Zegt de man: “Blijf jij maar hier wachten dan ga ik met de taxi naar huis om een paraplu te halen.”

Er lopen twee zakken cement over straat. Zegt de een tegen de ander: “We moeten schuilen, het begint te regenen.” Zegt de ander: “Nee joh, daar worden we hard van.”
 


Lopen 2 paraplu’s over straat, ziet de 1 twee wandelstokken lopen; zegt die tegen de ander: “Ieieieieieihhhhhhh, twee naaktlopers!”

Een man in een restaurant zegt tegen de ober: “De melk is een beetje waterig.” Ober: “Oh. Ik denk dat de koe te lang in de regen heeft gestaan!”


 
 

 

Vandaag liedjes met een winderig tintje

The Cats-One way wind

 

Frank Boeijen – Hier komt de storm


 

Carola – Fångad av en stormvind

Nadieh – Windforce 11

Ilse de Lange – Hurricane

De Schaal van Beaufort

Iedereen heeft weleens van de windkracht gehoord. Hiervoor gebruikt men de schaal van Beaufort. Beaufort was marinecommandant van het fregat Woolwich van de Engelse Royal Navy. Hij maakte een indeling in 13 windsterkten, aan de hand van de zeilvoering van een fregat. Zijn schaal was gebaseerd op de kracht die de wind per oppervlakte-eenheid uitoefende, niet op de snelheid: hij keek naar het gedrag van zijn schip, niet naar de wind zelf. In 1838 stelde de Royal Navy de schaal van Beaufort verplicht voor de windkrachtaanduiding in het scheepsjournaal.
De eerste versie van de schaal, die hij in 1831 opgaf aan Kapitein Robert Fitzroy (de latere Commander van de Beagle, het schip waarmee Charles Darwin zijn reis naar de Galápagoseilanden maakte), kon onderverdeeld worden in drie delen. Windkracht 0-4, de eerste vijf, beschreven hoe het schip voer met alle zeilen op. De volgende vijf (5-9) beschreven hoeveel zeil een schip kon blijven voeren bij de betreffende windkracht. De laatste drie (10-12) gaven aan hoe een schip bij een zware storm of orkaan moest overleven. De uiteindelijke opzet van de schaal was niet exact in de bewoordingen van Beaufort, een commissie vanuit de marine had de definitieve vorm bepaald alvorens deze in 1838 verplicht te stellen.
Met het verdwijnen van het fregat uit het beeld op zee verdween ook het meetinstrument. Er zijn wel andere beschrijvingen gemaakt, die bijvoorbeeld refereerden aan de toestand van de zee (verschijnen van golfkoppen, overslaande golven, enz.) of de beweging van bomen, maar deze blijven minder betrouwbaar, bijvoorbeeld omdat de golven ook afhankelijk zijn van de diepte van het water.
Pas in 1946 is een nieuwe schaal ontwikkeld, gebaseerd op de windsnelheid op een hoogte van 10 meter boven de grond. De schaal telt 17 waardes, boven de 13 van Beaufort nog een aantal waardes voor de snelheid van de wind in een orkaan. De Beaufort Windkrachtschaal werd zo omgezet in de Beaufort Windsnelheidschaal.

De windkracht volgens de Schaal van Beaufort

kracht  benaming van KNMI benaming in zeevaart  uitwerking boven land en bij mens  uitwerking boven zee 
0 stil windstil rook stijgt recht of bijna recht omhoog spiegelglad
1 zwak flauw en stil windrichting goed af te leiden uit rookpluimen kleine golfjes, geschubd oppervlak
2 zwak flauwe koelte wind voelbaar in gezicht, weerhanen tonen nu juiste richting, blad ritselt kleine, korte golven
3 matig lichte koelte opwaaiend stof, vlaggen wapperen, spinnen lopen niet meer kleine golven, breken, schuimkopjes
4 matig matige koelte papier waait op, haar raakt verward, geen last van muggen meer golven iets langer, veel schuimkoppen
5 vrij krachtig frisse bries bladeren van bomen ruisen, gekuifde golven op meren en kanalen, vuilnisbakken waaien om matige golven, aanschietende zee (overal schuimkoppen, af en toe opwaaiend schuim)
6 krachtig stijve bries problemen met paraplu’s, hoeden waaien af grotere golven, schuimplekken, vrij veel opwaaiend schuim
7 hard harde wind het is lastig tegen de wind in te lopen of te fietsen golven worden hoger, beginnende schuimstrepen
8 stormachtig twijgen breken van bomen, voortbewegen zeer moeilijk matig hoge golven, schuimstrepen
9 storm schoorsteenkappen en dakpannen waaien weg, kinderen waaien om, takken breken af, alleen zwaluwen en eenden vliegen nog hoge golven, rollers, zicht wordt slechter door schuimvlagen
10 zware storm grote schade aan gebouwen, volwassenen waaien om, bomen raken ontworteld, vogels blijven aan de grond zeer hoge golven, zee wordt wit van het schuim, overslaande rollers, verminderd zicht
11 zeer zware storm/ orkaanachtig grote schade aan bossen extreem hoge golven, zee geheel bedekt met schuim, sterk verminderd zicht
12 orkaan

En……… Om u het gevoel te geven hoe het is om in een zandstorm te zitten….:
Bekijk het nu volgende filmpje uit Australië:

Voor de Kinderen

Windmolentje

Dit heb je nodig:

vouwblaadjes (15x15cm)

  • rietjes
  • splitpennen
  • kraaltjes
  • plakfiguurtjes
  • kleurpotloden
  • Zo ga je te werk


    Een molentje maken is leuk om te doen. Je hebt voor iedere molen een vierkant stukje papier nodig van 15×15 centimeter, een rietje, splitpen en een kraaltje. Laat de kinderen het papier aan beide kanten vrolijk kleuren of versieren met motieven, kraaltjes, stickers en/of plakplaatjes,voor je ze helpt er het molentje van te maken. Hoe? Kijk goed naar de afbeeldingen.
    Vouw het blaadje in vieren en vouw het weer uit. Teken een rondje in het midden en trek van hoek naar hoek een lijntje dat je later in knipt tot het cirkeltje. Dat rondje moet heel blijven, want dat wordt het midden en draaipunt van je molen. Vouw de puntjes naar het midden en maak het met een spitpen vast aan een rietje.
    Hoe meer wind, des te sneller het molentje draait..

    …En voor de niet zo handige knutslaars:

    Weerbericht Bloopers