Bouwen


Heel vaak krijg ik de vraag of de bouw van de nieuwe schuur al vordert…. Deze week, voorafgaand aan de bouwvak-vakantie geef ik daar misschien wel antwoord op….
Allereerst de moppen van deze week:


Twee bouwvakkers helpen aan het bouwen van een huis. Een collega vraagt in het café: “Hoe gaat het op jullie werk?”
 Zegt de ene : “Goed, er werken 250 man onder ons!” “Zo! Klinkt goed, promotie gemaakt?” vraagt de collega.”Nee,” dan zegt de andere, “wij bouwen aan het dak!”


Er loopt een super sexy blondje langs een bouwplaats.
Fluit er een bouwvakker: “zo, waargaan die mooie benen heen?”
Blondje: “naar de supermarkt als er niets tussen komt…”

 


Bouwvakker op de vijfde verdieping heeft een zaag nodig, maar kan geen vinden in zijn buurt. Hij kijkt naar beneden en ziet een collega staan die wel een zaag heeft.
Hij roept naar de collega, maar die kan hem niet horen. De man op de vijfde besluit om via gebaren zijn collega duidelijk te maken dat hij de zaag nodig heeft. Hij wijst naar zichzelf betekenend “ik”. Met behulp van handen en voeten werk en zaagbewegingen maakt hij de man beneden duidelijk dat hij de zaag nodig heeft.
De man beneden knikt begrijpend, laat zijn broek zakken en begint zich ter plekke af te trekken en komt klaar. De man op de vijfde rent naar beneden en zegt woest: “Mafkees, waar ben je meebezig? Ik vroeg je om de zaag!” Andere man zegt “Ja dat weet ik, Ik zeg alleen maar dat ik zo kom….

 
 


moppen

We beginnen de de maandag met moppen, geen speciaal thema deze keer, gewoon “grappen  en grollen” . En nu maar hopen dat jullie straks ook lachend achter de computer zitten.

********************

‘Hoe lang rijdt u al zonder achterlicht?’ vroeg de politieagente aan een vrachtwagenchauffeur.
De chauffeur sprong uit zijn auto en barstte in tranen uit.
Hij was zo ontdaan dat de agente hem probeerde te troosten.
‘Ach kom nou’, zei ze, ‘zo erg is het nou ook weer niet:
‘Oh, nee?’ riep de chauffeur, ‘Wat is er dan met mijn aanhangwagen gebeurd!’

 


Er loopt een olifant door de P.C. Hooftstraat in Amsterdam. Opeens blijft hij voor een juwelierszaak staan. Met zijn poot drukt hij de ruit in, zuigt met zijn slurf de hele etalage leeg en trekt een sprintje. Meteen gaat het alarm af. Binnen korte tijd is de politie er. De straat wordt afgezet. Een agent vraagt of er getuigen waren. “Ja,” zegt een oud vrouwtje, “ik heb het gezien.” “Hebt u de dader gezien?” vraagt de agent. “Ja,” zegt de vrouw, “het was een olifant.” “Mooi zo,” zegt de agent: “Als we hem met u confronteren, zou u hem dan herkennen?” “Nee,” zegt de vrouw. “Nee?” vraagt de agent: “Waarom niet?” Zegt de vrouw: “Hij had een nylonkous over z’n kop.”


Een buurvrouw laat haar huis verbouwen en vraagt haar buurman of ze bij hem mag blijven overnachten. Dat mag van de buurman en zo gezegd zo gedaan. Die nacht liggen ze nog maar net tien minuten in bed of de buurvrouw roept: “Buurman, buurman, slaap je al?”. “Nee hoor”, zegt de buurman. “Ik kan niet slapen omdat het zo koud is”, zegt de buurvrouw. “Wil je voor mij het raampje dicht doen?”. De buurman kruipt uit zijn bed en doet het raampje dicht. Tien minuten later klinkt het weer: “Buurman, buurman, slaap je al?”. “Nee”. “Ik kan niet slapen omdat het zo warm is. Wil je voor mij het raampje weer open doen?”. En opnieuw stapt de buurman uit zijn bed en doet het raampje open. Tien minuten later klinkt het weer: “Buurman, buurman, slaap je al? Ik heb het zo koud. Wil je voor mij een deken uit de kast halen?”. “Ik weet wat beters”, zegt de buurman. “Laten we net doen alsof we getrouwd zijn”. “Dat zou ik lekker vinden”, antwoordt de buurvrouw. “Ok”, zegt de buurman. “Til dan je luie reet uit bed en doe het zelf!”.


In het rusthuis ‘Voor de Hemelpoort’ experimenteren de verpleegsters door de mannelijke oudjes per dag anderhalve viagra toe te dienen.
Een reporter is nieuwsgierig vraagt aan één van de zusters naar de reden.
Wel, mijnheer,” zegt ze, ” ’s morgensvroeg een halfje omdat ze niet op hun schoenen zouden pissen en ’s avonds een hele omdat ze niet uit hun bed zouden rollen!”.

 
 

Week. Maandag mop
 

Na een paar sportieve weken zijn we aan onze rust toe. Deze week nemen we het er eens van, net als de meeste andere Nederlanders…..

 Deze week als thema: vakantie!

 

Een Nederlandse toerist in Egypte wil eens een tocht door de woestijn maken op een kameel. Dus huurt hij een kameel, maar hij weet niet hoe hij het beest moet laten lopen. “Het is heel eenvoudig,” zegt de kamelenverhuurder: “Als je `poeh’ zegt, gaat hij lopen, als je `poehpoeh’ zegt gaat hij harder lopen, en als je `amen’ zegt, stopt hij.” De Nederlander klimt op de kameel en zegt: “Poeh”. En inderdaad, de kameel begint te lopen. Een eindje verder de woestijn in zegt de man: “Poehpoeh.” En de kameel gaat inderdaad harder lopen. Opeens ziet de man verderop een afgrond opdoemen, maar in zijn paniek is hij vergeten wat het woord was om de kameel te laten stoppen. De man weet dat hij te pletter zal vallen en heeft nog net tijd voor een schietgebedje. Zodra hij het woord “amen” uitspreekt, staat de kameel stil. Vlak voor de rand van de afgrond! De man wist het zweet van zijn voorhoofd en zegt: “Poehpoeh!”

                     

 

Op een drukke markt in Lazise aan het Gardameer stond ik een poosje te kijken naar hetgeen men de toeristen te koop aanbood. Toeristen kopen bijna altijd iets, want men wil een herinnering voor thuis meenemen. Op de kraam lagen allerlei gekleurde koordjes en ik vroeg wat dat waren. ‘Dat zijn barometers.’ ‘Oja… hoe werkt dat dan?’ ‘Heel eenvoudig: als het heen en weer zwaait, stormt het, als het vochtig is, regent het.’

                            

Er zit een meisje in een cafe nogal sip te kijken en te zuchten. Een jongen gaat naar haar toe, en vraagt wat er aan de hand is. “Nou,” zegt het meisje, “ik zou zo graag mijn zus eens bezoeken in Zuid-Afrika, maar de bootreis is veel te duur.” “O, maar dat komt goed uit,” zegt de jongen, “want ik ben matroos. Ik wil je best in mijn plunjezak het schip op smokkelen.” “Dat zou geweldig zijn,” zegt het meisje, “maar wat moet ik daar voor doen?” “Nou,” zegt de jongen, “ik kom je elke avond eten brengen. En dan zou ik het fijn vinden als ik een half uurtje bij je mag komen liggen.” “Dat is wel goed,” zegt het meisje. Dus wordt het meisje het schip op gesmokkeld. Elke avond komt de matroos haar eten brengen, en blijft dan een half uurtje bij haar. Na drie weken vindt het meisje de reis wel lang gaan duren. Ze besluit maar eens naar boven te gaan. Boven gekomen ziet ze de kapitein lopen, en aan hem vraagt ze: “Kapitein, duurt het nog lang voordat we in Zuid-Afrika zijn?” “Nogal,” zegt de kapitein, “want dit is de veerboot naar Texel.”

                      

Lex zegt tegen zijn vriend: – Ik begrijp er niets van! Twee jaar geleden ging ik met vakantie naar zee en werd mijn vrouw zwanger. Vorig jaar ging ik met vakantie de bergen in en weer werd mijn vrouw zwanger. Ik heb er schoon genoeg van… dit jaar – neem ik haar mee!

                                     

Vakantie